Publicatie datum: 20 maart 2020

1. Tijdelijke Inkomensondersteuning voor gevestigde ondernemers en zzp-ers

Het kabinet komt met een tijdelijke voorziening voor gevestigde ondernemers en ZZP-ers voor drie maanden die zo snel mogelijk ingaat. Het kabinet streeft ernaar om de regeling binnen 2 weken (dus rond 2 april) operationeel te hebben. Het is afwachten of dat lukt.

Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten. De aanvraag moet worden ingediend in de woonplaats van de ondernemer. Hoe dat dan moet, is nu (nog) niet bekend.

Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of voor bedrijfskapitaal.
De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Op een lening voor bedrijfskapitaal kan een beroep worden gedaan om liquiditeitsproblemen op te lossen. De tijdelijke regeling is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Deze tijdelijke regeling bevat de volgende elementen:

  • De toets op levensvatbaarheid die het Bbz kent wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is.
  • Daarmee wordt binnen 4 weken na aanvraag voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Nu kan dat 13 weken duren.
    Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.

De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1.500 per maand (netto). De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt ‘om niet’ verstrekt, dat is juridisch voor: gratis!; de ondernemer weet dus dat deze uitkering niet later terugbetaald hoeft te worden. Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets.

Deze versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157. Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen. Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal zal een lager rentepercentage gelden dan thans in het Bbz worden gehanteerd.

Het kabinet doet een oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat nodig is

Noodloket voor gevestigde ondernemers en zzp-ers die gedwongen moeten sluiten

Er komt een noodloket (ook vermoedelijk rond 2 april) voor de tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemers, die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. Dit als noodvoorziening. Het gaat hier in het bijzonder om eet- en drinkgelegenheden en andere etablissementen, die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken zoals schoonheidssalons en anderen die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Zij zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de COVID-19-uitbraak achter de rug is.

Eis is wel dat het ondernemingen betreft met een fysieke inrichting buiten het eigen huis. De tegemoetkoming moet nog verder worden uitgewerkt. Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000 voor de periode van drie maanden en geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. De voorwaarden worden op dit moment uitgewerkt. Indien nodig, worden deze voorwaarden steeds geactualiseerd.

Op dit moment is dus nog niet duidelijk waar dat “noodloket” zal gaan komen en hoe de uitvoering zal gaan lopen.

2. Uitstel van betaling van belastingen

Het kabinet heeft aangekondigd dat de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling zal verlenen aan alle ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen. Wij kunnen voor onze klanten die dat betreft uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Nadat het verzoek is ontvangen, zet de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen stil en krijgen ondernemers dus per direct uitstel van betaling. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats. Ondernemers hoeven niet meteen de vereiste “verklaring van een derde-deskundige” mee te sturen waaruit blijkt dat de problemen echt worden veroorzaakt door het coronavirus. Inmiddels is bekend geworden dat deze verklaring voor de eerste periode van drie maanden niet nodig is. Daarna wel. Om ondernemers tegemoet te komen, zal de Belastingdienst de komende tijd een boete (een zogenaamde “verzuimboete”) voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien.

De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet bij de belastingdienst handmatig plaatsvinden, de behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen. Dat is wel de verwachting.

Bij besloten vennootschappen dient wel tijdig een melding betalingsonmacht te worden gedaan.
Voor de aangiftes loon- en omzetbelasting van februari is de uiterste datum van die melding dus uiterlijk 14 april.

3. Wijzigen van de voorlopige aanslag

Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis, kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

4. Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW).

Op dit moment is het volgende bekend over die regeling die vermoedelijk rond 2 april operationeel zal worden:

Op dit moment kunnen er dus geen aanvragen worden gedaan.

  • Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt;
  • De aanvrager verwacht tenminste 20% verwacht omzetverlies;
  • De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens 3 maanden (aan de verlenging kunnen nadere voorwaarden worden gesteld);
  • De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020;
  • De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maar steeds maximaal 90% van de loonsom. Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt:
    • indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
    • indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever;
    • indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.
  • Op basis van de aanvraag zal UWV een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming;
  • Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest;
  • Als blijkt dat de daling van de omzet hoger is geweest, dan wordt nabetaald;
  • Als blijkt dat de daling van de omzet lager is geweest, dan moet u terugbetalen;
  • Voor aanvragen boven een nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring vereist;
  • Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.

De nieuwe regeling is dus niet meer gebaseerd op de terugloop van werk maar op te verwachten omzetdaling.