Publicatie datum: 6 mei 2019

Per 1 juli 2019 vervallen de wettelijke vakantiedagen die werknemers in 2018 hebben opgebouwd. U als werkgever doet er dus goed aan uw werknemers op tijd te wijzen op het vervallen van hun vakantiedagen.

Recht op vakantie

Iedere werknemer heeft elk jaar recht op minimaal 4 keer de wekelijkse arbeidsduur aan vakantie. Werkt de werknemer 40 uur per week? Dan heeft hij/zij recht op 160 uur. Dat zijn 20 vakantiedagen. Dit zijn de wettelijke vakantiedagen. Vaak bestaat er recht op extra vakantiedagen bovenop de wettelijke dagen. Die extra dagen worden afgesproken in de cao, de arbeidsovereenkomst of het bedrijfsregelement. Dit zijn de bovenwettelijke vakantiedagen. Werkt de werknemer 40 uur per week en krijgt hij/zij 25 vakantiedagen? Dan zijn er dus 20 wettelijke en 5 bovenwettelijke vakantiedagen.

Vakantiedagen vervallen automatisch

Sinds 2012 geldt dat wettelijke vakantiedagen een half jaar na het jaar van opbouw vervallen. Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren vijf jaar na het jaar van opbouw. Neemt een werknemer vakantiedagen op, dan streept de werkgever de dagen af in volgorde van hun geldigheidsduur. De vakantiedagen die als eerste hun geldigheid verliezen, boekt de werkgever ook als eerste af van het vakantietegoed. De opnamevolgorde ziet er nu als volgt uit:

  1. Wettelijke vakantiedagen 2018: vervallen per 1 juli 2019
  2. Bovenwettelijke vakantiedagen 2014: verjaren per 1 januari 2020
  3. Wettelijke vakantiedagen 2019: vervallen per 1 juli 2020
  4. Bovenwettelijke vakantiedagen 2015: verjaren per 1 januari 2021
  5. Bovenwettelijke vakantiedagen 2016: verjaren per 1 januari 2022
  6. Bovenwettelijke vakantiedagen 2017: verjaren per 1 januari 2023
  7. Bovenwettelijke vakantiedagen 2018: verjaren per 1 januari 2024
  8. Bovenwettelijke vakantiedagen 2019: verjaren per 1 januari 2025

Onderlinge afspraken

Soms geldt er een andere opnamevolgorde. Zo kan in de cao of arbeidsovereenkomst zijn bepaald dat wettelijke vakantiedagen later vervallen dan een half jaar na het jaar van opbouw. Een vervroegde vervaltermijn is niét toegestaan. De opnamevolgorde kan ook veranderen als een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om wettelijke vakantiedagen op te nemen, bijvoorbeeld door ziekte of doordat de werkgever hem geen ruimte bood om met vakantie te gaan. Voor deze wettelijke vakantiedagen geldt dan de verjaringstermijn van vijf jaar. Verder mag een werkgever bovenwettelijke vakantiedagen tussentijds uitbetalen als dit is afgesproken in de cao of arbeidsovereenkomst. Ze vallen dan logischerwijs ook weg uit de opnamevolgorde.